Eindversie Ruimtelijk-econ. koers U10

9 april 2018

De ruimtelijk-economische koers is in maart 2017 afgerond. Die versie van de koers is daarna door alle U10-colleges en -raden besproken en omarmd. Naar aanleiding daarvan zijn er twee moties ingediend; die zijn verwerkt en besproken in de gecombineerde bestuurstafel Ruimte en Economie van 21 februari 2018. De eindversie van de ruimtelijk-economische koers van de U10 en de bijbehorende uitvoeringsagenda zijn beschikbaar. Ook is er een basistekst die de U10-gemeenten kunnen gebruiken in de lokale communicatie. Onderstaand enkele hoofdlijnen hieruit.

 

De ruimtelijk-economische koers in het kort

 

Op weg naar Ontmoetingsplaats Gezond Stedelijk Leven

De Utrechtse regio groeit hard en voert menig ranglijstje aan. We wil­len niet alleen economische ranglijstjes aanvoeren, we willen een topregio zijn in de quality of life: sociale relaties, gezondheid, cultuur, maatschappelijke betrokkenheid en duurzaamheid. Dat is méér dan eco­nomie. Daarom richten wij onze koers op Gezond Stedelijk Leven.

 

Uitgangspunten hierbij zijn:

  • We betrekken geluk, gezondheid en welzijn doelbewust en altijd in onze afwegingen.
  • Gezond stedelijk leven vergt slimme, innovatieve oplossingen. Daarom biedt de Utrechtse regio ook nieuwe economische kansen aan kennisinstellingen, startende en groeiende bedrijven. De nieuwe economie biedt kansen aan iedereen, en zeker niet alleen aan hoog-opgeleiden. Er zijn talrijke (vaak nieuwe) verbindingen mogelijk tussen de kenniseconomie en de van oudsher sterke sectoren zoals logistiek, detailhandel en diensten.
  • ‘Ontmoeten’ is een kernbegrip in de nieuwe economie. We investeren daarom in (extra) fysieke ontmoetingsplekken en in een fijnmazig netwerk dat de loca­ties met elkaar verbindt. Zo maken we deze interacties nog beter mogelijk.

 

Koers: richtingwijzer voor beleid, samenwerking en lobby

Deze gezamenlijke koers is zowel de richtingwijzer voor de (strategische) beleidsstukken van de afzonderlijke gemeenten als voor de samenwerking en de lobby van gemeenten. Samen optrekken, met elkaar maar ook met kennisinstellingen, bedrijven en andere overheden; dat is onze boodschap. Alleen zo kunnen wij ons als gemeenten van de U10 sterker positioneren ten opzichte van andere regio’s en bijdragen aan een succesvolle ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gehele regio.

  

‘Groen’, ‘gezond’ en ‘slim’
De koers sluit aan bij de strategische agenda van de Economic Board Utrecht. Daarin staat dat de regio ‘groener’, ‘gezonder’ en ‘slimmer’ moet worden. Deze koers is de ruimtelijk-economische vertaling hiervan voor zover we ruimte en economie vanuit het lokale beleid kunnen beïnvloeden.

 

Concreet gaat het om het volgende:

 

 Groen: een circulaire economie in een groene omgeving

  • energiepositief wonen en werken
  • een duurzaam mobiliteitssysteem
  • duurzame herontwikkeling van het stedelijk gebied
  • versterken van de ‘beleefbaarheid’ van landschappen en de kwaliteit van de groene leefomgeving

 

Gezond: een gezonde economie en een gezonde bevolking

  • health & life sciences als Utrecht’s topcluster
  • een regio waarin iedereen meetelt, zelf regie voert over het eigen leven en zoveel mogelijk meedoet
  • een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten, sporten en bewegen
  • Meer nadruk op preventie door arbeidsmarkt, gezondheidszorg en digitalisering aan elkaar te verbinden, zoals gebeurd in o.a. de citydeal Health hub

 

Slim: nieuwe verbindingen van kennis en business

  • een verbinding van ‘groen en gezond’ met de sterke sector zakelijke dienstverlening/ICT
  • Monitoring van de sociale kracht van inwoners en deze kennis delen met alle partners, bijvoorbeeld in de Staat van Utrecht
  • versnellen van infra- en informatiestructuren
  • versterken van de koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarkt

De begrippen ‘groen’, ‘gezond’ en ‘slim’: staan niet op zichzelf. Ze gaan hand in hand. Juist de combinatie kan richting geven.

 

Kortom
Met de ruimtelijk-economische koers kijken we nadrukkelijk naar welzijn én welvaart. Deze gezamenlijke koers biedt nieuwe kansen voor steden en dorpen, voor het bedrijfsleven en de overheid, voor iedereen die wil werken, ongeacht scholingsniveau, voor ‘burgers, boeren en buitenlui’. Het onderwijs, kennisinstellingen, startende en groeiende bedrijven kunnen ervan profiteren.